Jaargang 40 nr. 3, maart 2025

Jaargang 40 nr. 3, maart 2025
Wie wil niet kwijtschelding van straf en zonden voor zichzelf en geliefden? Dan weet je zeker dat je in de hemel komt: 'Zodra het geld in 't kistje klinkt, het zieltje in de hemel springt!' Het geld was 'voor een goed doel'.  De helft ging naar de bouw van de nieuwe Sint-Pieterskerk te Rome, de rest voor het inlossen van de schul­­den die aartsbisschop-keurvorst Albrecht van Mainz had gemaakt om zijn hoge kerkelijke en wereldlijke ambten te ver­werven.Die wetenschappelijke discussie over de waarde en de grenzen van de aflaat is er nooit geko­men. Wel gingen de vijf en negentig stellingen van Luther als een lopend vuur heel Duitsland door. Tot verbazing van de auteur zelf wekten ze veel beroering in heel Europa. Ze hadden zoveel invloed dat het aan­ge­zicht van heel Europa erdoor is veranderd. Daarom is 31 ok­tober 1517 ge­wor­den is tot de datum dat de be­weging van de Reformatie van de Kerk werkelijk is begon­nen.

God, gij zijt zelf het Licht.
'Licht, laatste Woord van hem die leeft'... het hartverwarmende slot­woord van Huub Oosterhuis' lied:  'Licht dat ons aanstoot in de morgen'. Licht, leven, vreugde is Gods plan met de mensen in zijn mooie wereld. Voor ons is het wel vanzelfsprekend. Licht, leven en vreugde doorademen en verwarmen alles. Of voelen we er niets meer van omdat we er zo aan gewend zijn?

Voor de jonge Luther was de levende God niet het Licht, maar duisternis, buitenste duis­ternis. Daar  In die duisternis komen mensen terecht als ze met hun hele leven moeten verschijnen voor de rechterstoel van de Rechtvaardige God. Als God rechtvaardig is, dan moet je betalen voor alles waarmee je God en je medemensen te kort hebt gedaan - met straf voor je zonden. De Kerk kan helpen bij de straf: ze heeft een schat van genade­middelen. Priesters mogen die uitdelen aan de gelovigen. Maar of het ooit genoeg is om je schuld aan God te betalen en de eeuwige straf te ontlopen? Leven en geloven waren vreselijk voor de jonge Maarten Luther. De wereld was angstaanjagend en onzeker. Mensenlevens werden voortdurend bedreigd. En de eeuwige toekomst na je leven op aarde? Geborgen in God – God zelf het licht? Vergeet het maar! Gods gerechtigheid verplettert ieder mensenkind, in leven en in dood, voor eeuwig.

Gerechtigheid voor God, gratis.
Toch kwam er een moment dat Luther in verlossing, bevrijding en vernieuwing  ging geloven. Aan de hand van enkele passages uit de brieven ontdekte hij: het gaat in het evangelie niet om de gerech­tigheid van God als de mens voor zijn rechterstoel moet verschij­nen, maar het gaat om de gerechtigheid voor God. De mens komt als onrechtvaardige naar Gods rechterstoel. Maar God zelf bekleedt die mens met gerechtigheid nog voordat het gericht een aan­vang neemt. Gerechtigheid van God en gerechtigheid voor God is een woordenspel,  niet heel duidelijk in onze taal, maar wel in het Latijn (de taal aan de universiteit van toen) en in het Grieks (de grondtaal van het Nieuwe Testament). Gerech­tigheid van God en gerechtigheid voor God zijn dezelfde twee woorden.

Geloven: 'Ik ben van Jezus', is genoeg
Deze grote ontdekking van Luther zette alles op zijn kop, voor hem­zelf, maar ook voor het geloof en voor de kerk. Je hoeft als mens niet zelf te voldoen aan de te strenge normen van Gods ge­rech­tigheid – of je best te doen er in elk geval iets van te maken. God maakt jou rechtvaardig. Hij trekt jou zelf de gerechtigheid aan als een heel nieuw ge­waad. In die schone kleren kun je onbevlekt en onbevangen verschijnen voor zijn rechterstoel. En het gericht? Daarin word je in vrijgesproken van alles wat je ten laste was gelegd. God zelf is het Licht, Hij brengt jou in het licht. Je hoeft dat alleen maar te geloven, je hoeft er verder niets voor te doen, je kun er ook verder niets voor doen. Je mag het geloven, de Levende God geeft het jou als zijn grote geschenk, voor niets, uit genade, helemaal gratis. Zijn zoon, Jezus Christus, is immers voor ons ingetreden; hij heeft onze overtredingen op zich genomen en ons uit de diepe duisternis waarin wij waren heeft omhooggetrokken. Dat geloven is genoeg - en dat krijg je, gratis. Als je dat gelooft maken angst en droefheid plaats voor vreugde; dan verliest de dood zijn greep en je gaat leven. De duistere doodsslaap is   iet het einde, maar je ontwaakt in de lichte morgen van God om te gaan leven!

Vrijheid, vreugde en nieuw leven
Maarten Luther heeft zo nieuwe vrijheid, nieuwe vreugde gevonden. Zijn eigen leven werd  nieuw - hij kon dansen van vreugde, lofliederen zingen: 'Ik kan bestaan, ik mag be­staan voor God, want ik ben van Jezus, vandaag en alle dagen. Daar hoef ik helemaal niets voor te doen; ik mag het gewoon geloven.' Het leven van talloze anderen werd ook nieuw, helemaal.
De geleerde Luther riep op tot een academisch dispuut. Dat was om wetenschappelijke, theologische,  theore­ti­sche redenen: de grove en banale aflaathandel Johann Tetzel die de mensen angst aanjoeg voor Gods stren­ge oordeel. In 1519 stierf hij. Hij riep er ook toe op tot een dispuut omdat zijn geloof en leven helemaal nieuw waren geworden. 'God, gij zelf zijd het Licht' werd ook de vaste en blijde grondslag van zijn leven en van zijn geloof. Van het dispuut aan de universiteit is nooit wat terechtgekomen, maar een brede volksbeweging, de Reformatie, bevrijdde wel de harten van ontelbare gelovigen, tot vandaag.
Durven en kunnen wij ook leven in dat licht? Helpt Luther ook ons om niet stilletjesweg toch weer in het duister te gaan tas­ten, of het toch maar niet weer te geloven en zo nooit uit het duister te geraken…?


'Geloof Hem op zijn Woord'
Het Woord van God...daar kun je op vertrouwen! Wie van ons kent niet een mens, van wie je datzelfde kunt zeggen: Op zijn woord kun je vertrouwen, als zij haar woord geeft, dan gebeurt het ook! Dat gaat niet om 'woord' als kleinste eenheid van een zin, of om 'woord' als aanduiding van een persoon of een zaak. 'Woord' betekent in dit geval: 'hij heeft het gezegd, en je kunt geloven wat hij zegt - het is waar en als het nu nog niet waar is dan wordt het waar'
Zo bedoelt de reformatie het als ze spreekt over het Woord van God - een belofte met een vaste en zekere uitkomst en niet een exacte omschrijving van hoe het precies zit met de geheimen van God. Het gaat erom dat je Hem gelooft op Zijn Woord.

Hoe Gods Woord tot óns komt
Een aardig beeld - en ik weet niet waar het vandaan komt - is dat van de drie gestalten waarop het Woord van God tot de mensen komt.
De eerste gestalte is heel direct: het Woord des Heren dat tot de aartsvaders kwam, tot de profeten, tot de apostelen, ooit, eeuwen geleden.
De tweede gestalte is minder direct: waar mensen gepoogd hebben op te schrijven wat er gebeurd is, toen, met de aartsvaders, met de profeten, met de apostelen omdat het ook voor hun leven van fun­damentele betekenis was. De Bijbel, door mensen opgeschreven, met alle menselijke gebrekkigheid die daarbij hoort, maar toch: de Heilige Schrift is Woord Gods, de Bijbel bevat Gods belofte voor de mensen.
En de derde gestalte? Die zien we waar het levende Woord van God mensen van nu raakt - mensen alleen of twee of drie vergaderd in Zijn Naam; mensen die bidden, mensen die de Schrift lezen, mensen die de nood van de wereld zien en toch blijven geloven aan het eens gegeven woord van de levende God.

God blijven geloven op zijn Woord. Moeilijk?
En als het toch zo moeilijk is om te geloven, om te blijven geloven in een wereld waar je van alles ziet behalve de vervulling van Gods beloften van liefde, vrede en vreugde? Hij geeft ons meer dan alleen woorden, Hij geeft ons ook tekens en zegels, tastbare getuigenissen die ons lijfelijk raken: de Doop met het water, het Avondmaal met brood en wijn, de sacramenten die ons helpen Hem te geloven op Zijn gegeven Woord.

Hij heeft Zijn Woord gegeven – en je kunt op Hem bouwen, want de Eeuwige doet wat Hij zegt.












 

 
Foto: Tulpen, google free
 
terug