Jaargang 40 nr. 4, april 2025

Jaargang 40 nr. 4, april 2025
In deze MEDITATIEF wil ik aandacht besteden aan een gedicht van Ida Gerhardt, dat als titel draagt “ PASEN “.

Maar wie was Ida Gerhardt ook al weer ?
Ida Gerhardt werd geboren in 1905 in Gorinchem als derde kind van Grietje Blankevoort en Dirk Reinier Gerhardt.
Het echtpaar kreeg een zoon en drie  dochters, Truus, Ida en de jongste dochter Mia.
In 1901 werd een jongetje geboren, dat maar één dag geleefd heeft.

Ida Gerhardt had in haar jeugd een zeer slechte verhouding met haar moeder.
Deze, bijna traumatische, verhouding zou later een belangrijke rol spelen in haar gedichten.

Na haar lagere schooltijd brengt Ida haar gymnasiumtijd door in Rotterdam, waar haar vader directeur van een Ambachtsschool was.
Ze leerde daar ook haar schoolgenoot en haar latere vriendin en levenspartner Marie van der Zeyde kennen.

In 1924 begint ze een studie klassieke talen, eerst in Leiden en later in Utrecht.
Vanwege het overschot aan leraren in de crisistijd was het moeilijk voor haar een baan te vinden.
Dat lukte haar in 1939 eindelijk en na een kort verblijf in Groningen werd ze benoemd aan het Gemeentelijk Lyceum in Kampen.
In 1942 promoveert ze cum laude in Utrecht op een vertaling van het leerdicht De Rerum natura van Lucretius. De bekende dichter Martinus Nijhoff woonde haar promotie bij.
Haar eerste bundel “ Kosmos “ verschijnt in mei 1940, een ongelukkiger verschijningsdatum was nauwelijks denkbaar.
Ida Gerhardt verkeerde aanvankelijk nauwelijks in literaire kringen, een contact met de dichter Gerrit Achterberg uitgezonderd.
Hoewel er in latere jaren een vete ontstond tussen haar en Achterberg, wijdde ze in totaal vier gedichten aan hem, waaronder “ Begrafenis van Gerrit Achterberg “. Van 1951 tot 1963 werkt Ida aan De Werkplaats, een naar de ideeën van Kees Boeke vormgegeven progressieve middelbare school in Bilthoven.
Ze woont er vanaf 1956 samen met Marie van der Zeyde.

Vanwege gezondheidsproblemen gaat ze in 1963 met vervroegd pensioen en dan verhuizen ze naar Eefde, dicht bij Zutphen.
In 1997 overlijdt ze in een verzorgingstehuis op 92-jarige leeftijd.
De uitgave van haar verzamelde gedichten verschijnt in 1980.
In 1979 wordt haar de P.C. Hooftprijs toegekend voor haar gehele oeuvre.

Dan nu het gedicht.

PASEN

Een diep verdriet dat ons is aangedaan
kan soms, na bittere tranen, onverwacht
gelenigd zijn. Ik kwam langs Zalk gegaan,
op Paasmorgen, zeer vroeg nog op den dag.
Waar onderdijks een stukje moestuin lag
met boerse rijtjes primula verfraaid,
zag ik, zondags getooid, een kindje staan.
Het wees en wees en keek mij stralend aan.
De maartse regen had het ’s nachts gedaan:
daar stond zijn doopnaam, in sterkers gezaaid.


Ida Gerhardt (1905 – 1997)

Abeltje Hoogenkamp (theologe, predikant binnen de PKN en in 2006 winnaar van de wedstrijd “De Preek van het jaar “) schrijft in haar verzamelbundel “ Symbolen worden tot simbalen “ bij dit gedicht :
“De vrouwen gingen ‘zeer vroeg nog op den dag’ op weg, maar vonden het lichaam niet.
Zondag is de dag van de opstanding, de dag van Pasen. In de eerste gemeenten werd gedoopt in de Paasnacht. Je deed je oude kleren uit, ging met Christus kopje-onder en stond dan met Christus weer op, een nieuw leven tegemoet. In witte, nieuwe kleren. Zijn de zondagse kleren van dit boerenkind ook wit ? Hij straalt in elk geval wel, net als de twee mannen bij het lege graf. Ster-kers heeft drie dagen nodig om op te komen.
En dan de cruciale vraag : Hoe zou de doopnaam van dit jongetje zijn ?
Die vraag brengt mij bij Hans Werkman,
 Nederlandse dichterschrijver en literair criticus van protestantse signatuur.
Hans Werkman groeide op in het Groningse Uithuizermeeden als derde zoon in een schoenmakersgezin met vier kinderen. In Werkmans geboortedorp was Willem de Mérode, over wie Werkman een biografie zou schrijven, van 1907 tot 1924 onderwijzer geweest.
Willem de Mérode was het pseudoniem van Willem Eduard Keuning, in 1887 geboren in Spijk. De Mérode / Keuning was een geliefde onderwijzer, totdat hij door zijn homoseksualiteit in conflict kwam met de maatschappij en het geloof. In 1924 werd hij wegens een seksueel contact met een minderjarige van 16 jaar veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf. Zijn broer Piet Keuning schreef het bekende boek “ Kinderen in verstand en boosheid “ over de sociale toestanden in het dorp Spijk. In mijn exemplaar van het boek schreef Hans Werkman een uitgebreid “ Nawoord “.
Werkman bezocht de gereformeerde kweekschool in Enschede en behaalde de aktes MO-A en MO-B. Hij was onderwijzer in BreezandOmmen en Kampen en is leraar Nederlands geweest aan het Zutphense Baudartius College en het Johannes Fontanus College in Barneveld.
In het Nederlands Dagblad had Werkman een column met als titel LETTERGREPEN, die zeer vaak te maken hadden met zijn geboortestreek.

In 1990 kwam de slechte verhouding van Ida Gerhardt  met haar moeder ter sprake tijdens een autorit met Hans Werkman.
Over het gedicht PASEN ontspon zich naar het getuigenis van Hans Werkman de volgende dialoog :

Hoe stelt u zich dat kind voor ?
Dat kind, dat ben ikzelf ! Dat was mijn naam daar in die sterkers.
Mijn moeder had gezegd : “ Je had er niet moeten zijn “
Wát zei je moeder ?
Ze herhaalt het zinnetje, ze snauwt het bijna : “ Je had er niet moeten zijn “.
Dan ziet dat kind zijn naam. Dus die mag er tóch zijn !


Met die “ zéér vroege “ Paasmorgen, waarin naar vroegchristelijke traditie de nieuwe gelovigen gedoopt werden en hun doopnaam ontvingen, verbindt zij nu ook haar eigen doopnaam.
Daaraan ontleent ze letterlijk opstandingskracht.
De zijnsontkenning, die haar moeder haar voorhield, kan ze met Pasen omzetten in zijnsbevestiging !
Daardoor kan het “ je had er niet moeten zijn “ overgaan in het “ je mag er toch zijn “.

Dat dit diep de kern van haar bestaan raakte blijkt bijvoorbeeld uit haar gedicht “ Het Distelzaad “ :

Ik hoorde een vrouw ;
zij zeide tot haar kind, zomaar op straat :
’t Was heel wat beter als jij nooit geboren was.
Het zei niets terug, het was nog klein, maar het begon ineens sleepvoetig traag te lopen; (…)




Foto: Google Free, Auferstehung Jesu,

 
terug